Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog een groot uur varen wij zoo door, dan, over de verschansing starend, zie ik de horizonnen breken, en lijnen van verre bergen doemen op, wijl in 't verschiet vóór mij een groote witte vlek aan 't opplekken is. ü-n kijk, dadr, zijn dat dunne, ranke stammetjes van boomen?.... neen, 't zijn masten, masten van schepen moeten 't zijn .... hoe vaag en ijl nog weifelen ze daar vèr.... dat moet de haven zijn, de goede haven, Singapore is in 't zicht!

Al dichter en dichter komt 't nu naderbij, de witte vlek wordt grooter en donkere, zwarte vlekken plekken op 't water, daar liggen groote booten gehavend, dadr staat de witte en gele huizen-stad in de late zon. De rompen van booten worden nu zichtbaar, de dingen beginnen te verduidelijken in de verte, nu teekent ieder apart zich af, of een kijker langzaam, langzaam openschuift, ik zie al groene boomen in lange rij, de boomen van de Esplanade, ik zie 't leemen geel van een kerk, en een paarschen band om de zwarte stoompijp van een grijs schip. — Achter de massa booten op 't water vóór ons, ligt het

Sluiten