is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in rood en blauw, met lange waai-haren; ze gaat naast me staan en reikt nog lang niet tot aan mijn schouder. Een weeë geur van vreemde bloemen wademt mij toe uit haar hooge, glanzende kapsel. «Neen, mijn lachemeisje, neen, mijn kleurig liefje van Nippon, je schijn is mooi en zoet van roke, maar mijn ziel zegt dat het niet mag .... Sayonara Ochinisan! of hoe je ook heeten mag, Sayonara! » Ik stoot haar zachtjes van mij af, als een lastig kind, dat spelen wou, en ga verder. En méér kleurige Sans wenken en waaien met hun wijde mouwen, en lokken mij liefelijk van lente en lust. Één zingt er een rillerig, kietelig wijsje en beweegt gracelijk haar lenige lijf, dat plooien van roze kimono om haar wuiven. Ik voel de vage charme van die vreemde vrouwen uit verre landen, de streeling van dat kinderlijke, graciele, dat donkere zonde omlijnt; o neen, nu heengaan maar, den valschen, schoonen schijn ontwijken.

« Ricksha! ricksha! »

Als uit den grond verrijzen ze, uit hoeken en gaten, met ratelend gerol, omringen mij in nauwen kring, dat ik niet verder kan. —