Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die als een donker geheimenis oprijst van den grond, langs een lichte, witte moskee, blank tusschen blauwe gebouwen, met zijstraten in plotseling perspectief, waar groote vuren walmen van warongs, voort, altijd voort, tot mijn ricksha eindelijk stilstaat in een lange file van wagentjes, en opeens niet verder kan.

Een hel van roode duivels, jagend door elkaar, een paradijs van bloem-waranden boven, van lustpaleizen, hangende tuinen, klingelend van muziek, ik sta in de chineesche wijken van pleizier, waar alles kleur is en klank en hoog-ruischend leven. Nu stap ik uit en wandel verder, ik, enkele Europeaan tusschen heel een volk van Aziaten. Ik ben in TringannuStreet, in Singapore, neen, dat kan niet, ik ben in 't hartje van China, in Canton, in Shanghai misschien, want niets is hier nu Engelsch meer, alles is Chineesch, de huizen, de menschen, de dingen. Dit is het wriemelende, krioelende China, de wemelende mierenhoop van menschen, van bruine, gele, roode zweetmenschen, die loopen langs lange rijen opgehoopt eten, langs tafels vol visch en vleesch en lillende ingewanden, vol vruchten rood en

Sluiten