is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geel en groen, vol eenden, kippen, ganzen, opgepropt en opgestapeld, voor het vretende, hongerige, dorstige, beestige grauw. De huizen, die geen eet-winkels zijn, zijn huizen van lust, waar in goud-licht van helle lampions en lantaarns, voor altaren met gouden goden en zilveren kandelaars, de jonge Canton-vrouwen zitten, de gele gezichten beschilderd met rood, de roode bloemen in 't zwarte haar, in lokkende geheimenis van veile liefde. — Waar ik ga loop ik langs eten, walmt stank van vet en olie naar mij op, het vette, druipende eten ligt in schalen, in kommen, met wat, met wat? verdachte, ongeloofelijke gerechten, van wormen, van slakken misschien, van inktvisschen en krabben. — En overal langs die dampende, walmende warongs hangen roode tabletten, waar 't goud van afschettert als trompetten in een orchest. De vrouwen-huizen, waar de rijk besneden deuren van openstaan, zijn paleizen van licht. De groote, schitterende tsh'aks *) hangen van de muren, in superbe mengeling van kleur, Kwan-Yin in majestueuze

I) Chineesche rolprenten.