Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pose zit op den lotus-troon, of Kouan-Ti, de grimmige God van den Oorlog, in rood scharlaken met goud, heft hoog den vinnigen lans. Op het huisaltaar staan wit-porseleinen en gulden-bronzen goden, en glimmen tinnen en zilveren kandelaars, en stijgt de blauwe wierook uit blinkende koperen wierookvaten. De kleurige Cantoneesche lantaarns hangen neer, met transparant glas, waar rood en blauw porselein relief op is gelegd, met statige figuren van vogels en bloemen. Alles glanst en blinkt en straalt daarbinnen in wondere richesse van pracht. En in dien schoonen, gouden lichtschijn zitten op ebben, parelmoer-ingelegde stoelen de bleeke, teêre Canton-meisjes, met roode bloemen in 't van reukoliën glimmende haar; de gele gezichtjes met blozend rouge beschilderd, als poppen van porselein op vaas of waaier. De gansche straat langs staan die huizen, rij aan rij, die schitteren van kleur en licht, waar honderden en honderden vrouwen zitten te wachten den gast, die komen zal met dollars in de hand. En arme, zweetende duivels van koelies, die nauwelijks genoeg verdienen met beestig zwoegen om niet te

Sluiten