is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring. Op stoelen gehurkt zitten chineesche muzikanten, en een snijdende viool krast de scherpe, doordringende geluiden, die aandoen met een pijn als van tot razernij overspannen wellust. Ik ken geen muziek, die doller maakt dan die chineesche. Als wij binnenkomen, zweven kleine, fijn gekleede kinderen ons tegemoet, met ruisching van zijde en ritseling van armbanden en ringen. Hun kaneelgele gezichtjes zijn teêr beschilderd met rood en wit en rose, hun prachtige zwarte haar blinkt van geurige oliën, en een band van goud en blauwe ijsvogel-veeren gaat om hun voorhoofd heen. Ze lijken op de frêle kleurschepseltjes op waaiers en vazen, zoo broos en poppig, en heel klein is 't warme, bruine kinderhandje, dat vat mijn groote, bruine hand. De toch reeds zoo kleine japansche mousmés van daareven, gevuld en rijp als ze waren, zijn hier nog moeders bij, want die vreemde Chineezinnetjes zijn kinderen van negen, tien jaar hoogstens, ouder niet, en zóó teer, dat ik bang zou zijn hun pijn te doen door éven aanraking maar. — Die heel kleine kindmeisjes brengen nu thee van lotuspitten in