Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

porseleinen kopjes, en kijken ons verwonderd aan, en vinden ons zeker foei leelijk en komiek, ons, groote, ruwe, blanke barbaren, en lachen het schaterend uit, met hooge geluidjes. — Er zijn koekjes bij de thee, en vage lekkernijen, groen en geel, van helle kleur. Ik weet niet goed wat ik doen moet nu. Gaan zitten maar, een sigaar opsteken en kijken, wachtend de dingen die komen zullen. Even wat chineesch praten, waarop de kinderen, uitgierend lachen, hoog fausset.

De kleine chineezinnetjes beginnen nu te zingen, vreemde — voor mij niet meer vreemde — chineesche wijsjes, bij het snijdende snerpen van de violen, het klagen van een mineure klarinet, het tokkelen van gitaren. — Ze hebben een dolle pret over ons, schieten telkens in lach, proestend, om dan weer óp te neuriën hun liedje. — Ik raad hun kinderlichaampjes heêl broos en teer in de wijde jakken, de wijde broeken, en kan 't niet gelooven, dat dit nu sing-song-girls zijn, waar oude, gedegenereerde Chineezen mede spelen een vuil, wellustig spel. — Het lijken speelgoed-poppen, maar 't zijn wel heuschelijk

Sluiten