Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is een loome benauwing van wriemelend, geurend, zweetend oostersch leven, pénétrant als de scherpe broeiing in een wilde beestenmenagerie, grof zinnelijk en bruut, zooals alléén in 't Oosten is te voelen. Het leven is hier zoo heet en dampig en riekt wee en kwalijk-zoet. En de scherpe violen knerpen maar door, dl maar door, en de hooge stemmetjes van de kind-meisjes gillen schel hun enerveerend gezang. Ik voel mijn wangen gloeien van hitte, en in mijn hoofd bonst het. Dat rood en goud, die scherpe geuren, die helle kleuren, die schelle muziek, het maakt je dronken, het bedwelmt je als al te sterke wijn. — En in een walging, snakkend naar eenzaamheid en lucht, sta ik zwijgend op, leg wat dollars neer en hol de donkere trap weer af, naar beneden. Mijn kennissen roepen mij na, maar ik wil hen niet hooren en vlucht.

Maar da&r rent en duizelt en zwaait de donkere menschen-troep nog rusteloos voort over den somber-rossigen grond, tusschen 't vlammen van bloederig rood en laaiend goud, onder de blauwe huizen. — Overal snerpen

Sluiten