is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en klappervet en knoflook en menschen, van duizend ongeweten dingen, wier geur blijft wademen in de warme lucht. Ik weet, als ik nu rechts aanhoud en altijd maar dóórloop, moet ik weer komen waar het stil is, aan de zee. Ik voel, dat mijn keel dor en droog is van dorst. D£ar hoor ik een zwiepend geluid, een lichtje wiegelt aan door de donkere straat, misschien is het een chineesche venter met vruchten. Neen, 't is maar een koelie met kisten aan een bamboe-juk. Veêrend gaat de zware last op en neer, en vlug huppelt de koelie voorbij, met dien rythmischen, luchtigen gang, waardoor de vracht het gewicht verliest. In een klein, schunnig winkeltje walmt nog licht, en ik zie een oud chineesch vrouwtje in de warong. Ha! Daar liggen de felle, roode vruchten, de sappige nai-tsi's met hun harige stekels, als grimmige, venijnige insecten. — Ik roep haar in 't Chineesch, ze schrikt op uit haar dut, verstomd dat een barbaar haar toespreekt in haar taal. Zij noemt een prijs, die tienmaal te duur is, maar ik moet nu toonen, dat ik in China ben geweest, en nog méér in haar achting rijzen door het hard-