Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij als een wijding. O! hoe kalm en sereen schitteren daar al die lichtjes op de zee, tot vèr en vèr, daar rusten de zacht-gehavende schepen, daar ligt het ruime, het opene, het eindelooze, dat eenzaam en groot is als mijn ziel....

Ik loop zacht door tot aan het pad langs den kaaimuur, en in 't flauwe licht van een bleeke halve maan zie ik de zee voor mij liggen. In de verte glinstert een tintelend reflex van de maan met millioenen sterretjes op het gladde van het water. — Hoe vreemd van innigheid zijn nu de donkere rompen dier booten, hoe wonderlijk intiem zijn de lichtjes die daar pinkelen op zee, de gele, de groene, de roode, van hier, van daar, van ginder! Het wenkt, het wenkt mij zonderling van verre. Droomerig kletsen de golfjes tegen den steenen wal, en de sampans bij de hoofden wiegelen zachtkens op en neder. — Ik weet de zee zoo eindeloos en eenzaam daar vóór me, iets oneindig grootsch komt op mij af, ik voel het oude, vreemde verlangen van mijn ziel dat zich uitdeint in wijde spanning, en 't is mij of het wenkt en roept en

Sluiten