Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het luid geluid van hunne stemmen, hoe heeft het om mij heen geruischt en ruw gerateld en hoog geschreeuwd, hun heete, lillend heete leven! De felle kleuren, de scherpe geuren, de zingende muziek zijn öm mij geweest zooeven in al de felheid van het helle oostersche gewoel, maar even ongenaakbaar, even eenzaam is die moede ziel van mij gebleven, wier vreemd verlangen nimmer is gestild ....

Daar fluit een stoomfluit, een bang en droef geluid over het water. Ik hoor geratel in de verte, van ankerkettingen, die bewegen, ik hoor een dof gestamp van werkende machines, 't hart van een groote boot, dat klopt en klopt. Daar is 't al, kijk! in de verte.... daar .... een rood lichtje beweegt,.... en nog een groen,.... ook gele lichtjes bewegen, daar vaart een groote, donkere boot langzaam, langzaam de zee in, het opene, ruime, eindelooze te gemoet. Al verder en verder wijken de lichtjes, o! hoe zalig, zóó heen te gaan, zóó langzaam, zachtjes heen te drijven in de groote innigheid van den nacht, en eindelijk wèg te zijn in het wijde, een stip,

Sluiten