Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reizigers, die vreemd over 't perron gaan, als nog niet geheel wakker en bewust. — Nu komen een paar chineezen aan, late gasten van 't bruiloftsfeest, die nog terugmoeten naar Batavia. Zij gaan voornaam en deftig in lange, zijden gewaden, blauw en groen, onhoorbaar op hun zachte, vilten zolen. Zangerig klinkt hun melodieus chineesch, en ik voel me blij, dat ik hen versta, dat ik hun verwant ben in voelen en denken. Zóó als hun gewaden zijn, schitterend en zacht, is hun sereene filosofie, zóó als hun lichamen, gracieus in die wuivende zijde, beweegt het denken van hun oude wijzen. Een hadji in grijswit gewaad loopt mij nu óók voorbij, en onder een hel gelen hoofddoek blinken zijn donkere oogen van een' somberen gloed. O! Dat bruin van zijn fanatiek gezicht onder dat helle haat-géél van zijn hoofddoek! Die donkere hadji, die kaneel-gele chineezen in blauwe en groene zijde, wat weet ik mij een leelijke, westersche figuur daarbij in mijn stijve witte pakje! En tóch voelt mijn ziel zéér innig het haar verwante schoon der oostersche dingen ....

Ik tref een ledigen coupé derde klas, de

Sluiten