Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raast door diepe ravijnen, het worstelt sissend door langs klompen steen en rots, en vervult de lucht van een wilde, rhythmische muziek.

Nu zie ik, uit het venster kijkend, ver aan westelijken horizon een nieuw, ontzaglijk bergen-wonder rijzen. Een chaos is het nog, een stapeling van sneeuwen, blanke wolken, van zonlicht goudelend doorstraald, waar groote vlekken blauw uit openkomen. Het lijken wijd-verwoeste ruïnen van sneeuw-paleizen in de lucht, waar blauwe torenen uit stijgen, en wallen van blauw marmer en turkooizen. De sneeuwen nevelen wuiven af en aan, de blauwe muren komen open en verdwijnen met die witte wuiving. Dat is de grandioze Goenoeng Salak, die met zijn grooten broeder, de Gedeh, de machtige lucht-keizer is van het landschap om Buitenzorg en Soekaboemi. Zij staan daar in onwankelbare grootheid, als goden in de lucht, zoodat van vérre uit de Java-zeeën hun rijzenis is te zien, waar zij heerschend opstaan over het lage land. — Mijn ziel voelt een schok van vreugde, telkens als ik die wondere bergen-goden terugzie, de

Sluiten