Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos weg, na dat ééne machtige moment van aanbidding.

Hoe zij daar hurken en glijden, die knielende wezens, als zonder zwaarte, luchtig vooruitbewogen door den drang van hooge huldiging in hun ziel! Het lijken geen stoffelijke menschen meer, het is een levende, bewegende eerbied, die langzaam voortdroomt, het voorwerp van adoratie tegemoet, in een gebed van neigende, golvende lijnen, als het bewegen van heel zachte muziek uit een mis.

Hij, de patriarch, zit daar genadig als een god, in zijn eigen hoogheid onbewogen, éven glimlachend maar tot de knielende schare, zooals een vader lacht tot gehoorzame kinderen , die hem eerbied brengen en groetenis.

En ik droomde van oude, oude tijden, en van patriarchen en kinderen en kindskinderen, zooals in dat wondere Boek staat te lezen, dat de Bijbel heet, en met weemoed herdacht ik de schoonheid van ééns, de goddelijke gratie van lijn en gebaar, die nü voor ons, bleeke menschen uit het Westen, voor goed te loore is ... .

Sluiten