Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere tegemoet, wenkend en wijkend, vaag vliedend als op zachte vleugelen gedragen, nü naderend en dra weer deizend, met gratie van golvend goden-gebaar en rythme van wiegelende ziel! Lichte bevingen huiveren door de lijven, rillen zich langzaam uit in spreiding van vingeren, om door de fijne toppen te vergaan in de lucht, en lange, langzame, als magnetische stroomen bevangen de zwevende beenen, vloeien zacht weder weg in spitse punting van den weifelenden voet, öp, naar boven, en dan weêr nederzwenkend, voorzichtig vooruit, en dan weer achterwaarts wenkend. Zóó staat het dansende menschenlichaam zacht te wiegen en te wuiven, als een ranke bloem, die een windeke beweegt.

Het is of deze tandak-dans de zachte triomf is van den geest over het lichaam van de stof, die zich oplost in lijn en gebaar, veraetheriseerd in de donzen drooming van de wondere gamelan-geluiden. De luchtige «selendang», die tot dit dansen noodigt, lijkt óók al zoo'n materie-loos ding, het is een stuk broze, teêre, wuivende kleur, die waaiende door de lucht wenkt, met het fijne gebaar

Sluiten