Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ontzettende realiteit van groote tragiek en hooge komedie, die de indische volksziel voelt met de fijne intuïtie van haar oostersche mystische fantazie, die zélf mede-speelt en jubelt, en weent en juicht met de helden en heldinnen, op-lijnend en gebarend onder de droome-muziek van het gamelan-geklang.

Daar kwamen zij, Ardjoena, de goddelijke, en Rama, de verschrikkelijke, en de narren en monsters, Petroek en Tjepot, en zooveel anderen, en doodstil, in uiterste spanning van verwachting zat het kleurige Soendaneesche volk van kinderen te luisteren en te aanschouwen , en zag geen poppen, en geen bamboe-stok en geen touwtjes, maar zag donkere oer-wouden en verre vlakten en schuimende rivieren, waar goden schreden met grandioos gebaar, en helden hieven hun gouden speren, en monsters sperden óp de rookende reuzen-muilen, scherp-tandig, ziedend van vuur....

Wat Europeanen, heeren en dames in de pendóppo, zij zaten te kijken, en glimlachten genadig, en vonden het wel wat kinderachtig, die poppen, en die touwtjes, en al dat gedoe.

Sluiten