Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over slapende boomen. — O! Die lijnen van zijn lenig, jong lichaam, o! die wijding van zijn donker-bronzen hoofd, zóó had ik nog nooit een mensch gezien, zóó mooi als een bloem of een boom.... Hoe zacht lag hij daar op het harde, witte marmer, die jonge, bronzen god, en elke lijning van zijn lijf een wondere schoonheid was!

Ik stond stil, als voor een goden-beeld in een tempel, ademloos van eerbied, bang dat één gebaar hem wekken zou uit zijn rust. Het was maar een poovere inlandsche jongen, een feestganger van vèr, zonder huis, die hier doodmoê was neergezegen, en zijn warme lichaam te slapen gelegd had op het koele marmer van den vloer. Maar het was óók een heilige creatie Gods, prachtig als een boom, fijn als een bloem, één met alle schoonheid van de natuur, die van wonderen wemelt alom. En voor den eersten keer in mijn leven zag ik hoe schoon een mensch was, zonder de zinne-verteedering die er bij komt van het vrouwenlichaam, enkel om de zuivere schoonheid van vorm en lijn, zooals een berg schoon is en een palm en een bloem.

Sluiten