Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitzegde zijn gebed, kon geen enkel geluid doordringen van buiten.

Klagelijk, melancholiek klonk zijn neuriënd gezang, met een oneindig, heimweeënd verlangen. Zóó, diep deemoedig, lag hij in zijn prachtige kleur op den grond, en neeg somtijds met het hoofd laag bonzend tegen den vloer van het paviljoen. De zon was nu bijna geheel in de zee gezonken, en het was als een laatste onherroepelijk afscheid van het licht, waar de ziel van den biddenden hadji om weende.

De ruwe soldaten lachten grof, trappelden met hun zware schoenen op den grond, om den biddende af te leiden van zijn gebed. Maar de hadji hoorde het niet. Hartstochtelijker klonk zijn gezang, met een smeekend «Allah»geroep er tusschen, als een kind, dat schreit om zijn vader, en veelvuldiger prosterneerde hij zich diep tegen den grond, met de gebogen lijn van zijn rug als een ander, zwijgend gebed. Zóó lag hij daar, niet als een lichaam meer, als een ziel, die devotelijk neigt naar het groote Licht....

Toen ben ik heengegaan, eerbiedig be

Sluiten