Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARDJOENA.

Met een kennis, een journalist uit Parijs, die een studiereis maakte door Java, rijd ik in een zwiepende «sado» van Soekaboemi uit den grooten postweg naar Tjiandjoer op, in den vroegen morgen. Hij is een gevaarlijk anarchist geweest, die vervolgd en gejaagd is als een hond, hij haat de europeesche beschaving met een woesten, doodelijken haat, maar op het simpele, gracieuze Preanger volk is hij gecharmeerd, en hij spreekt er vroolijk uitbundig over, als een kind. Hij kan uren zitten praten met oude inlanders, of spelen met kinderen, die hij lokt met lachjes en lekkernijen. Telkens is hij opnieuw weer verrast door de superbe kleuren van sarongs en baadjes, en uit zijn vreugde met schittering van oogen en levendig gebaar.

Sluiten