is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, die ijlings weg vluchten, schuw als welpen van dieren. En de jonge moeder roept haar vader, met een hooge, melodieuze stem ....

Daar gaat een rieten voorhang open, en Oessin komt te voorschijn, een oud, grijs mannetje in roode lompen, een prachtfiguur eigenlijk, met die wijze rimpels in zijn voorhoofd , en het vage droomen van zijn donkere dieren-oogen.

Hij kwam geregeld venten in 't hotel, met arèm-stokken, met gesneden goden-koppen van buffelhoorn, met krissen, met waaiers van vlechtwerk en bamboe-doozen. Die zwarte koppen waren het vooral, die mijn aandacht trokken, en mij iets verrieden van zijn innerlijke ziel. Het zijn de goden-koppen van de wajang, van Rama en Ardjoena, en Petroek, die koppen met hun fijn, ijl profiel, die als schaduwen te zien zijn op het scherm, alsof zij bevende op de grens zijn waar materie in geest vervloeit, en waarvan hij het teêre gebaar bewaart, de vage droom-expressie, in den harden, glanzenden hoorn van den karbouw, besneden met een simpel, grof

mesje als éénig materiaal. Voor veertig, voor

ii