is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

167

zoodat de rader om de nuchtere vondste lacht. — Het is niet somber-mystisch, als 't starre lachen van een sfinx, 't is een wereldwijs glimlachje, als van een, die de nietigheden der aardsche dingen heeft erkend, en er nu op neerziet, als een vader op een jokkend kind.

En ik voelde die óp-stormende begeerigheid in mij branden, om dit wondere ding van schoon te bezitten, met schrijnenden, scherpen angst van binnen, dat het mij ontgaan zou, zooals ik, jaren geleden, in China had gebrand van verlangen naar een maanlichtblanke godin Kwan Yin.

Ik stotterde den ouden inlander wat tegen van hoeveel? en of ik dit zoo fijne beeldje nu ook koopen kon. En schrikte, kón 't niet gelooven, toen hij slechts enkele guldens vroeg. Hoe kon die vreemde, bruine man dit kostbaar ding nu willen afstaan, dat dagen werk gekost had, in een stage spanning van zijn ziel? Of gaf hij er zooveel niet om, dit schoone beeld te missen, omdat hij tóch de essentieele schoonheid, waaruit hij het weerkaatst had, zéér veilig omdroeg in zijn ziel?