Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets aan hem, dat aan een oosterschen vorst deed denken, en zonder deze had hij ook een welgestelde indo kunnen zijn.

« De sultan van Linga!» zeide een controleur tegen mij, «die op Penjingat woont, het eiland hier over Tandjong-Pinang.»

En ik dacht opeens aan al de wondere pracht, vroeger op Java gezien bij regenten, ik, die de laatste vijf jaren door Europa gezworven had met telkens dat hongerende heimwee naar het oostersche mooi, ik dacht aan melancholieke gamelans, droomerig in den nacht, aan fonkel-oogige ronggengs '), zacht tandakkend op wiegenden cadans, zwevende als bevende zielen, aan vage wajangschaduwen met weifelende contoeren in het manelicht. Een groot verlangen welde in mij op om die pracht weêr te zien

Ik liet mij aan den sultan voorstellen en raakte al gauw met Zijne Hoogheid in gesprek. In mijn enthoesiasme van eindelijk weer met een oostersch vorst te spreken, met het vooruitzicht, weer eens echt mooie, oostersche

I) Dansmeisjes.

Sluiten