Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heel zacht komt een «sado» ') aanrijden op den eenzamen weg .... de koetsier lijkt te slapen, soezerig neêrgedoken in de stilte van den avond .... het paard loopt langzaam, voetje voor voetje, staat nu en dan stil....

Ik roep den droomer wakker. — Ik wil weten, waar die muziek kan wezen, die uit géén richting schijnt te komen, maar ergens doelloos rondzweeft in de lucht....

Er is een « sl&metan » 2), zegt de « koésir » 3), ginds boven, achter Selabatoe.

Daar wordt getandakt en gefeest, en daar wordt de «wajang-gollèk » vertoond.

De « wajang-gollèk! »

Ik herinner mij al de wajang-poppen in 't Bataviasch Museum in «Oost en West», die schijnbaar grillige, «enge » figuren voor den oningewijden Westerling, die daar ergens dood neerliggen in een hoek, of lijzig neerhangen aan een spijker, als lijken. — Maar ééns haalde een kennis van mij er een van den muur,

1) Sado (dos-A-dos), inlandsche dogcart op twee wielen.

2) Inlandsch feest.

3) Koetsier.

Sluiten