is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij antwoordde niet; en hij, vergoelijkend, een boosheid in haar vermoedend, hernam met zijn zware, gedempte stem: „Nou . . . maar ik mot zeggen, je hebt het wel verdiend vandaag."

Hij was nu aan het donker in de kamer gewend, had een stoel bijgeschoven en liet zich met een moeien zucht er op vallen.

„De kinderen zijn zeker al naar bed?" — veronderstelde hij.

„Ja" — antwoordde ze mat, met een zweem van wrevel in haar stem, om het overbodige van zijn vraag.

„En is Henny zoet gaan slapen?" — vroeg hij teeder verder, bijna schuchter : bang haar te prikkelen met zijn uithoorend vragen.

„Ja" — zei ze weer kort, maar nu veel luchtiger, als wekte de gedachte aan dat zeldzame welslagen haar op.

Er was even een stilte.

Hij kon haar nu in het duister vaag onderscheiden. Het slanke lichaam slap geplooid, lag ze languit in een wijden ruststoel. Haar hoofd tot op de lage breede leuning ver achterover geknakt, omkranst door weelderige, versjouwd-piekende en -warrende haren, bruin-blond , doemde , zwak-verlicht door het rood-gele schijnsel van buiten, uit den dichten schemer op, als in een boven-natuurlijk licht. Hij zag de moescherpe trekken in het magere, vaal-bleeke gezicht;