is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nou maar .. . jij kunt gerust naar bed gaan; ik zal dat wel alleen met 'm beredderen" trachtte hij haar te bevredigen.

„Nee. Dat weet je wel, dat doe ik niet" — zei ze beslist. „Dan zit-ie hier om twee uur nog van nacht; en dan drinken jullie weer veel te veel grog . . . Natuurlijk . . . Dat kennen we nog van vroeger."

„Ik zal wel zorgen, dat hij voor elve de deur uit is." — zei hij geruststellend, zelfbewust. — „Dat plakken, daar had ik ook allang genoeg van."

Zij zweeg, niet overtuigd. Slap mismoedig liet zij zich weer in haar stoel vallen.

„Nou dat nog" — zuchtte ze zacht-klagend. „Den heelen dag, tot acht uur 's avonds, met zieke kinderen opgetrokken, en als je dan 's avonds eens een paar uur rustig wilt zitten, dan komt dat nare sujet, dat ons al zoovéél verdriet heeft bezorgd — eigenlijk niks dan verdriet — dat komt je dat genoegen dan nog vergallen."

„Hè! ik wou dat we die vent nooit gekend hadden" — besloot ze hartsgrondig.

„Ja, dat wou ik ook" — stemde hij openhartig in.

„Hoe laat komt-ie, zei-je ook ?" — vroeg zij nog, vol weerzien.

„Negen uur."

„ Dan mogen we de lamp wel aansteken, want dan zal hij (lalijk hier zijn" — opperde ze bitter. Maar ze bleef onbewegelijk liggen, opziend tegen de nieuwe vermoeienis.