Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontmoet. Nu en dan hadden ze wel eens wat van hem gehoord , zoodat ze den indruk gekregen hadden, dat hij „een rijke jongen" was, die — trots alle praatjes — een prettig, tamelijk-los leventje bleef leiden.. . Beiden hadden ze het toen wel aardig gevonden, dat hij kwam aanzitten. Telkens wist hij van den een of den ander, die voorbij trok in de wilde hos-woeling, wat te vertellen of op te merken en hij deed het onvermoeibaar geestig en gedistingeerd. Zelden had hij $elly zoo hooren lachen als dien avond, en bijna tè-begeerig volgens hem had zij Joost's uitnoodiging voor een rijtoer aangenomen. Was die rijtoer maar nooit gebeurd . . . want toen moesten ze hem wel terug vragen op een dinertje; en van zelf was Joost daarna trouw bij hen aan huis blijven komen.

Maar wie had kunnen voorzien, dat het ook zóo loopen zou . ..?

Na een paar maanden was hij de huisvriend geworden , en ten laatste ging er geen dag voorbij, ot Joost was althans even „aan" geweest. . . Toen ging het nog: hij was aardig voor de kinderen, en de kinderen hielden ook veel van hem. Maar al gauw toch hadden Nelly en hij gemerkt, dat zijn geestigheid erg bekrompen was, en zich telkens herhaalde. En meer en meer was ook dat schelden van hem op alles en iedereen voor den dag gekomen. In het begin hadden ze daar een hooge ontwikkeling, een soort

Sluiten