is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevraagd had : wat-ie nou eigenlijk dacht te beginnen, want dat het zoö toch niet blijven kon?

... Wat was hij klein geweest! Niets was er over gebleven van zijn vroegere heftigheid en eigen-waan; als voorgoed verloren had hij gejammerd . . . „Ja Uod! ... hij wist het zelf niet . . . wat kun hifnu nog beginnen?-., waar zou hij nu nog terecht komen ?... Immers nergens ... En hij kon niks , niks, niks ...! krappeerde-nie maar, hier in zijn nest, ongemerkt..., dan was hij eruit, ,voor goed . . Onwillekeurig had hij toen meelijden met den kerel gekregen . . ., de arme donder, hij kon het toch eigenlijk ook niet helpen, dat hij zoo was: dat lag in zijn opvoeding ... En wie had er het meeste verdriet van ? Hij zelf natuurlijk ...

Wat was de kerel dankbaar geweest, toen hij beloofd had, hem niet in den steek te zullen laten, hem zooveel mogelijk te zullen helpen. Wat Joost toen al niet beloofd had! .. . Alles, alles wou hij aanpakken, tot zelfs het geringste baantje en hij zou, o hij zou zijn best doen ...

„Hoor ik niet schreeuwen boven ?" zei hij plotseling scherp luisterend, licht-verschrikt.

„Ik hoor niks", zei ze onverschillig. En na een poos liet ze er uitgeput op volgen : ,.En dan moeten ze maar schreeuwen . . .: ik kan niet meer, ik ben zeker al wel vijftigmaal die trap op en af geweest vandaag."

„Het was zeker wat anders" — zei hij geruster, toen het stil bleef boven.