is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja .. zuchtte ze haar vermoeienis uit.

Er was opnieuw een lange stilte. Gelijkmatig zeker tikte de klok den tijd af, en het was of de onverstoorbare kalmte van dat wezenlooze ding zich meedeelde aan de ruimte: Nelly en Leen voelden zich beiden langzamerhand doordrongen van een rustige Ui behagelijkheid, alle drift en zorg in hen legden zich,

zoodat zij al het bewuste helder overzagen en bepeinsden in hoog wijze gelatenheid.

Maar een onaangename gedachte stoorde bij haar de prettige stemming:

„Hè! dat die vent nou ook net van avond weer komen moet" — foeterde ze. „Je zult zien: nou zijn de kinderen juist rustig."

„Als ze schreeuwden, zou het nog minder prettig zijn" — trachtte hij haar te troosten.

„Wat heb je toch eigelijk met 'm te bespreken?"

vroeg ze na een poos, nijdig.

„Och, over die sigaren-agentuur . . . Het is eigelijk wel goed , dan kan ik 'm eens onder handen nemen ...

Want je weet: Joost is iemand, die moet achterna gereden worden."

„Dat zal je toch ook niet altijd vol kunnen houden,

Leen" — waarschuwde ze, nog steeds ontevreden. „Je hebt waarachtig genoeg aan je zelf. . . zoo gaan je zaken nou toch ook niet. . . bedenk toch dat je vier kinderen tot je last hebt!"

„Nou ja, goed, dat wéét ik wel!" zei hij met een