Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drift, die echter dadelijk bedaarde. „Als hij er nou maar eerst eenmaal 'n beetje in is, dan gaat dat verder wel van zelf... Ik heb 'm dat nou beloofd - dat ik 'm te paard zou helpen - en hij is nou zoo vèr ... nou zal ik het ten einde brengen ook" eindigde hij bijna haJstarrig in zijn goedhartigheid.

„Het helpt je tóch niks" — zei ze overtuigd, „Joost is geen man om te werken . . . Dat je dat nou niet allang gemerkt, hebt! ... Die kan achter een span goeje paarden zitten, en 's morgens en 's avonds zijn wandeling maken in den polder en er 'n praatje houden met de boeren ... Maar sigaren verkoopen ?!... Ik zie 'm al bij z'n vroegere vrienden aangaan!. . . Dat doetie immers nooit, Leen! Dat kan-die niet."

Er was iets meelijdends bijna in haar stem op het laatst.

Maar het gesprek begon hem te vervelen:

„Goed. Dan moet-ie het zelf maar weten", — zei hij kort, streng. „Maar dan bemoei ik me niet meer met 'm . . ., dan moet-ie zich zelf maar redden "

„En het geld, dat je hem hebt voorgeschoten ?"

— vroeg ze ietwat snibbig.

„Nou ja . . . Zooveel is dat nou ook niet" - vergoelijkte hij ontevreden. „Als dat weg is . .. in godsnaam . . ."

„Zooveel niet?" - viel ze uit. „Vijftien honderd gulden...!... Je hebt ze toch maar niet te missen"

— schamperde ze.

Sluiten