Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is wat anders", gaf hij toe, weer in zijn goedigen toon vervallend. „Maar als hij er nu maar komt, dan ben ik tevreden. — Ik kan 'm toch niet elke maand blijven geven."

„Nee, dan was je wel gek."

• • • „Als ik nou maar zeker was, dat het alles was" — mijmerde hij na.

„Wat ?"

„Z'n schulden. Hij heeft me al zoo dikwijls belogen , hij kan het nu best weer gedaan hebben", zei hij gedrukt-peinzend. „Ik vertrouw 'm nog niet."

„En zóo'n vent help je ? . . . Daar moet je toch wel zoo'n lobbus voor zijn, als jij bent! Een ander zou d'r niet over denken."

„Anderen , anderen ... Dat moeten zij weten. We hebben ons nooit aan anderen gestoord; en dat doe ik nog niet" — zei hij krachtig.

„Ondertusschen ... je hebt ze toch maar noodig voor je wijnzaak" — wierp ze gevat tegen. „Als je ze niet-te-vriend houdt, verlies je je klanten; dat zie je maar: je zaak verloopt met den dag."

„Dat zal allemaal wel weer beter worden" verdedigde hij zich steeds zachtzinnig tegen haar scherpe verwijten. „Eerst het éen en dan het ander . ..; als ik nou maar eerst met Joost klaar ben, want dat is een blok aan m'n been, dat verzeker ik je."

Ze zwegen een tijdlang. Maar beider gedachten ^ bleven bezig met dit onderwerp, druk en onophoudelijk.

I

Sluiten