Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die al jaren nu in haar sluimerde, gewelddadig verdoofd door den druk der klein-levens-zorgen.

Ze voelde zich zweven, als gedragen door een innerlijke onhoorbare melodie, die haar zacht wiegde op langzame golven van teedere weemoed ... En alles was mooi opeens, alles was te waardeeren, ook wat gewoonlijk leelijk en slecht genoemd werd; en — wonderlijk — juist dit algemeen-verachte was het, dat haar het leven belangrijk maakte: door felheid karakteristieke lijn en kleur aan het leven gaf.

... Ze voelde zich stijgen nog, stijgen tot in een vreemd-ijlen geestes-toestand, boven-natuurlijk van alles-doordringende begrips-helderheid . . .: niets kon haar ondoorgrondelijk blijven

Even had ze — klaar beseffend — een vagen angst: zou dit voeren naar waanzin . . , ? Maar overwonnen door eigen-zaligheid — weerstond ze niet langer. En zwijmelend onder het genot van boven-menschelijk leven werd haar geluk tot overmoed: zij tartte de toekomst haar met noodlot-slagen te overweldigen... ze zou alles bestaan, ze zou alles weten te genieten . .., lachen zou ze, lachen onder de zwaarste ellende !... Bijna verlangde zij er naar, omdat ze voor alles het mooi-tragische er van voelen zou . ..: het mooie, dat ze ook zag in een afgetobd werkman, en niet in een suffig-daarheen-levend kantoor-heertje .. .

Even verminderde haar vervoering; droomerig nog zag ze om zich heen in het gewone leven. Stil, vol

Sluiten