is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Beroerd" — zuchtte hij.

..Waarom verkoop je ze niet?"

„Verkoopen? ..." — zei hij zorgelijk. „Ze zijn niks waard. Lager, dan ze nü zijn, kunnen ze al bijna niet... Nee, het is maar beter nog wat te wachten ..., misschien komt er dan nog wat van terecht, later."

„Dat hebben we ook al aan de goeie raad van onzen vriend van der Laar te danken" — smaalde zij.

„Dat hebben we" — bekende hij.

Joost's stem klonk al in de gang. Toen zacht als tot zich zelf sprekend, beleed Leen: „Ja .... Joost is de kwade geest in ons leven geweest. . ., maar dat kon hij niet helpen."

De deur ging open:

„Daar is Meneer van der Laar... die vraagt Meneer te spreken" — boog de meid zich naar binnen.

„Laat Meneer binnenkomen" — zei Leen luid, gewoon.

Het duurde even. Ze hoorden Joost deftig, hol uchummen: zijn gewoonte, als hij verlegen was. Toen, op eens, stond hij in de kamer, de deur klapte achter hem dicht.

„Zoo! dag Nelly, kind! Hoe gaat het? Goed?" — reikte hij haar luidruchtig de hand, in stem en gezicht den wankelen, gemaakten glimlach van iemand, die niet weet, hoe hij ontvangen zal worden.

„Dag Joost" — zei ze koel, nauw opstaand.

„Dag Leen .. .: jou heb ik al gezien van avond"