is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- ging de ander iets kalmer voort, een kort, voornaam wuif-gebaar met de hand makend.

„Ga zitten" - zei Leen, een lagen leunstoel bijschuivend.

Nelly vond Leen's stem onbegrijpelijk vriendelijk, warm bijna..., en dat tegen dien kerel, die hem al zewist-niet-hoeveel gekost had, en hem nog stèeds bedroog.

„Hier . ..: op je ouwe plaats, in je eigen stoel . .. Ken je 'm nog?" - vervolgde Leen in denzelfden toon, zoodat Nelly zich bijna niet bedwingen kon en hem even een fel-nijdigen blik toewierp.

„Ja, ja ... of ik" — zei Joost. Verbeeldde Nelly het zich, of was er werkelijk al iets hooghartigs weer in zijn stem?

„Het is anders al een heele tijd geleden, dat je hier zat den laatsten keer" — meende Leen.

„Ja ... al die tijd van m'n . . . afwezigheid : vier maanden . . ., ruim vier maanden" — zei Joost verlegen , en de laffe glimlach was er weer.

De oogen half gesloten, als in droomerige aandacht , zat Nelly hem onafgebroken op te nemen: ze wilde trachten langs de uiterlijke verschijnselen door te dringen tot de wezens-kern van dien raadselachtigen man, en onwillekeurig sluierde zij haar blikken om den als-voorzichtig-tastenden gedachten-gang niet te verstooren door tè-reëele indrukken. Trouwens: zij behoefde niet scherp meer te kijken ; al zoo dikwijls had