Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat moe: ze heeft den heelen dag met de kinderen gesjouwd."

' — zei Joost gerekt, begrijpend.

Ze zaten een tijd-lang stil, puffend aan hun sigaren, nu en dan slurpend aan hun grog: beiden schenen ze op de terugkomst van Nelly te wachten.

Het fijn-doordringend schreien boven was al eenigen tijd opgehouden, maar Nelly kwam nog niet terug. Een kwartier verliep.

Alle zachte intimiteit was nu uit de kamer verdwenen : het lamp-licht scheen scheller geworden, zware taaie rookvliezen dreven loom heen en weer, de meubels kleurden leelijk-hard vaag-omlijnd in het groen-blauwe waas... Het heftige, maar troebele kroeg-leven scheen in het vertrek gevaren.

„Het is weer stil boven . . .: Nelly komt niet gauw terug merkte Joost eindelijk onbeschaamd op.

„Nee ..." — gaf Leen weifelend toe. „Ze blijft zeker maar meteen boven: ze was dood-moe. Zooeven kon ze haar oogen al bijna niet openhouden."

„Dat jullie ook niet een meid meer nemen" — verbaasde Joost zich . . . „Dat is nou toch ook de heele wereld niet."

„Och . . .' ontweek Leen — „we hebben nog al een flink meisje voor de kinderen; die kan het anders

best alleen af Hetty en Zus zijn toch den heelen

dag naar school.. . Maar het is nou met de jongste . ..: die is een beetje lastig vandaag."

Sluiten