is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hoe krijg je het in godsnaam in je hoofd, Leen, die man bier en grog te schenken ? ... . Dat is zeker om 'm an 'n eenvoudig leven te wennen ?!"

„Och die paar glazen bier en dat grogje" —

zei hij goedig. „Dat was hij zoo gewoon van vroeger. Daar wilde ik nu niet dalijk van afgaan .... Hij heeft het toch al ellendig genoeg gehad den laatsten tijd."

„Je zult 'm zoo nooit krijgen, waar je 'm hebben wilt!" — dreigde ze kijvend. „Je bent mooi op weg om 'm van voren af aan te bederven."

„Hij had de heele week nog geen druppel sterken drank gehad, zei-die" — voerde Leen tot zijne verdediging aan.

„Geloof jij dat dan nog?" schamperde ze in hoogste verbazing.

„Nou ... Ik weet niet" — aarzelde hij. „Maar toch wel minder."

„Puuuff. . . Van joüw geld!" smaalde ze.

Leen voelde zich in het nauw.

„Je kunt dat ook maar niet zoo in eens laten, als je dat gewoon bent" — zei hij.

„Het is een bedrieger, een lamme leugenaar!" — kijfde ze. „Ik begrijp niet, dat je die vent nog in je huis wilt hebben: 't is de pest voor je kinderen."

„Enfin" — zei Leen verlicht. „Hij zal nou vooreerst wel niet terug komen. Je hebt 'm nogal duidelijk laten merken, dat we niet van zijn bezoeken gediend zijn."