is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms net of al je bezinning op eens onnaspeurbaar zou wegduizelen in de leege ruimte. En daar kon je niks tegen doen; afleiding zoeken, dat was het eenige . . . Op zoo'n tijd was hij bang voor zijn eigen gedachten, dat had hij die vier maanden ondervonden in slapelooze nachten. Nee, geen stilte! Hij hield van beweging en herrie, zooals je dat hadt in Parijs, en zooals hii dat daar — een jaar of tien geleden — meegemaakt had zélf, een paar maanden lang.

Hij had te veel gedronken, bekende hij zich. Al het bloed scheen wel naar zijn hoofd getrokken, zijn hersens prikkelend tot overgevoeligheid. Een bedonderde gewaarwording, vond hij, je werdt gehinderd door dingen, waar je anders niet eens aan dacht.

Heel wat bittere pillen had hij weer te slikken gekregen van avond bij de Eringaards — vooral van Nelly: die kon het je toch ook zoo onbarmhartig op je brood geven ... Ze scheen een beetje uit haar humeur, kwam zeker door de vermoeidheid. Maar ze had toch wat tegen 'm ook, dat had hij wel gemerkt. Hij zou wel te weten komen wat; en als het aan hem lag, dan moest het toch erg zijn, wilde hij het niet goedmaken ... Je moest wat over hebben voor vrienden, als Nelly en Leen. Beste lui! „In den nood leerde je je vrienden kennen" — dat was toch maar waar ... Van Leen kon die het nog velen, als hij aanmerking maakte, maar van al die anderen . . .: dat maakte hem giftig. Of nee, eigenlijk . ..: hij lapte het aan