is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn zool. . . Lieten ze Godverdomme naar zich zelf kijken! ze waren geen haar beter, dan hij . . .

. . . Thuis gekomen stak hij op zijn zitkamer de lamp aan, stopte een pijp, en liet zich met een zucht van verlichting in een leunstoel vallen.

Een groot buffet en een bureau de ministre, beiden van zwaar eikenhout en in denzelfden ouwerwetschea stijl, maakten met de andere meubels : stoelen , een rustbank en étagère-tafeltjes — allen weinig-samenpassende overblijfselen uit den rijken boedel van zijn vorig huis - het kleine vertrek overdadig vol. Op éen der tafeltjes, midden in de kamer, stond een couvert aangericht.

Joost zag het: Nee, hij zou maar niet soupeeren van avond; beter: wat kalm te blijven zitten, het te laten uitwerken in zijn kop, anders sliep hij den heelen nacht weer niet. Gelukkig hoefde hij niet vroeg op morgen, hij kon uitslapen... In Parijs: daar begon je pas te léven om dezen tijd. Daar hield hij van... Sommigen dachten wel, dat hij hier heel genoegelijk leefde; maar eigenlijk vond hij het stom-vervelend in dit doodsche klets-gat: niet dat kon er gebeuren, of iedereen had er het zijne over te zeggen ... En om elf uur lag iedereen behoorlijk op bed, om morgen weer tijdig op kantoor te zijn bij de zaken. „De z-a-k-e-n" — geeuwde hij ...

Dat was goed voor Nelly en Leen : die rust... Hij hield er niet van ... En die zaken ?... Zaken !...