is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ellende de heele kroeg toch nog wist bezig te houden met zijn opgeschroefde vroolijkheid, die hem ten laatste bedwelmde als drank, en wezenlijke vreugde werd. Dikwijls had hij er zich innerlijk in verkneuterd, al die zoogenaamde vrienden een rad voor de oogen te draaien, zoodat ze ten laatste — als hij dan van de dolste uitgelatenheid op eens in een doffe melancholie verviel — heelemaal niet meer wijs uit hem konden worden. Dat was hem een streeling van zijn eigenwaarde geweest: een „raadsel" te zijn. Men ging over hem spreken met een zekere verbazing, al was die dan ook soms wat spottend. Die dagen had hij zich eigenlijk altijd heerlijk alleen gevoeld: hoog boven de vrienden, die om hem lachten, maar hem niet kenden .. . met wie hij spèelde, maar niet lèefde ... En soms was hem zijn somber-drukkend geheim een bijnageliefd bezit geweest.

Wel voelde hij in die dagen, dat zijn leven onwezenlijk was, dat hij leefde opzettelijk blind voor sommige dingen, als in een droom. En thuis, alleen, kwam dan gewoonlijk de reactie : teerde de glorie van den avond weg in oneindige zelfverwijten, en was hij zich klaar bewust, hoe hij leefde van dag tot dag, al door vaag, onzinnig hopend, dat de volgende de wonderlijke uitkomst brengen zou. Een overweldigende melancholie kwam over hem , wanneer — als bitterbijtende rook - de spijtige gedachten zijn kop door wolkten . . .: dat hij zijn leven verlaagde tot een