is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen was het eruit gekomen ...: vijftien honderd gulden . . .

„Vijftien honderd gulden . . .? Is dat alles?" - had Leen achterdochtig gevraagd:

„Alles. Op m'n woord van eer."

„Goed. Ik zal het betalen" - was Leen's antwoord. Maar..." en hierbij had z'n stem ongewoon streng en dreigend geklonken, op éen voorwaarde: „dat je onmiddellijk opstaat en aan het werk gaat."

Hij had alles beloofd. Half-dol van dankbaarheid had hij Leen wel tienmaal de hand geschud, zoodat deze het ten laatste al even erg te kwaad kreeg als hij zelf, en met een: „Nou ja, het is goed ... Sta nou maar op" — haastig was heengegaan... Een beste kerel: Leen ...! God-God , wat was hij hem dankbaar geweest dien dag. Op eens was de zorgendruk verdwenen: het was hem of plots een zware regenlucht was geklaard, en alles zag hij anders, welmeenender, in zijn blijmoedige stemming. Wat was hij dankbaar geweest...! Jonger, lichter, krachtiger had hij zich gevoeld: tot alles in staat; zijn leven scheen nu eerst te beginnen; het voorgaande was slechts een benauwde, bange droom geweest.

. . . Maar toen de eerste vreugde wat bedaard was, en hij verder over de toekomst nadacht, was, als een schaduw, de gedachte gekomen: <fctt hij toch eigenlijk nog niet veel verder was ... Wat moest hij beginnen ? ... Hij kon niks, wilde niks. Zonder gèld was hij niks ...