is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hè ... ?" drong Zus aan met een verleidelijk lachje.

„Nee Zus. Niet zaniken. Dat kan nou niet," — zei Nelly kort, beslist,

Zus' oogen begonnen vochtig te glanzen, haar gezichtje vertrok tot huilen.

Kom Zus! niet huilen, zei Hetty flink. En den arm om haar hals slaand, fluisterde ze troostend: „Dan gaan we vanmiddag samen winkeltje spelen, en dan mag jij de winkel I..."

„Jonges ... we moeten gaan!" — sprong Leen op; en zich over Zus heen buigend, die onderwijl in snikken was uitgebarsten, zei hij haar zacht wat aan het oor.

Plots verhelderde haar jammerlijk gezichtje, ze droogde haar tranen en keek met een verlegen lachje naar de anderen.

„Wat heeft Pa je gezegd?" — vroeg Hetty dringend nieuwsgierig.

„Ik krijg een armband, omdat Pa niet met ons kan wandelen" — zei ze ingetogen-jubelend.

„O..." — stond Hetty verwonderd.

„Kom maar gauw mee.... Dan krijg jij d'r ook éen" — zei Leen terugkomend, blij dat zijn middel zoo goed gewerkt had.

Een oogenblik later waren ze vertrokken, als eiken morgen lang zwaaiend nog van de straat naar Nelly, die met Hennie op den arm voor het raam stond.

Toen ze verdwenen waren werd Henny aan het