Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spelen gezet in zijn lioogen kinderstoel. „Kleine-Broer" sliep: Nelly was dus een oogenblik vrij. Afgewerkt viel ze neer op een stoel, lusteloos neerziend op de wanordelijke ontbijttafel: ... hoe kreeg ze al het werk nog gedaan vandaag!

Werktuigelijk streek ze zich de haren, verward door het sjouwen, uit het bleek-magere gezicht, en bleef als-gebroken zitten, met droomerige oogen.

... Dat Leen dat nou niet begrijpen wou: dat Joost

gevaarlijk was, bepaald gevaarlijk voor de kinderen

Zoo iemand moést immers een slechten invloed hebben,

dat kon niet anders Och ... zij ook wel, vond

dat Joost soms iets goedigs had: zooals hij van de kinderen hield bijvoorbeeld, en alles voor ze over had... maar een andere keer weer was ze doodsbang voor hem ... Als ze dan alleen met 'm was... en ze zag dien kop met die kleine fel-glinsterende oogen, en die haren, waarin de wildheid der gedachten wei scheen zichtbaar gemaakt, als een waarschuwing voor iedereen!...

Iets satanisch had zijn kop soms De manier ook

waarop hij alles hekelde .... Hij hekelen!... Dat was op zich zelf toch ook iets abnormaals: dat gehékel van iemand, waarop zelf waarachtig niet-zoo'n-kleinbeetje viel aan te merken.

En hij was nu lang genoeg bij hen aan huis gekomen — bedacht ze, onwillekeurig weer nijdig wordend — lang genoeg had ze zijn onzinnig gezwets moeten aanhooren. Het zou nu uit zijn!... Ze had

Sluiten