Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet wel gehoord: gisteren avond was het lieve leven weer begonnen. Leen was goed genoeg om dat aan

te hooren Maar zij bedankte er voor En als

ze er nu niet dadelijk 'n eind aan maakte, dan was het weer gauw net als vroeger.

O God! dat zij altijd aan dien Joost denken moest... Dat werd haar tot een obsessie.

Met een zwaren zucht, als een borustingsteeken, besloot ze haar onaangename gepeinzen. Ze stond op en ging aan het werk. Maar telkens werd ze er door het ziekige drenzen van Hennie afgeroepen. Soms, als het tengere kereltje een wijle stil en zich zelfgekeerd speelde, aanschouwde ze hem ongemerkt lang achtereen aandachtig. En het was dan of haar verliefde teedere blikken bewonderend streelden langs alle lichaamsdeelen van het kind.

Hennie...: wat had ze al met dat kind doorgemaakt .... Het was haar nu, als had ze al die vier jaren gezwoegd met angsten en zorgen, gezwoegd om dit zwakke leventje te verdedigen tegen den onbarmhartigen dood, die telkens van alle kanten dreigend opdrong .... Den laatsten tijd ging het gelukkig wat beter. Ze hoopte nu maar, dat hij wat aansterken zou: want o God dat voortdurende oppassen, die aanhoudende angst, dat was niet uit te houden,

het beulde je af Het minste tochtje kon het

kind zijn dood zijn... alles scheen zoo rag-fijn in dat

lichaampje En dan: een jongen !... Wat moest

dat worden later?

Sluiten