is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toch: voor de zooveelste maal dronk ze de moeder-weelde van het mooi-liove, dat ze in het jongske zag: de koren-blonde krullen, teer en zacht als hij zelf; de klare zwak-blauwe oogen, die altijd groot en verwonderd naar haar opzagen: als een smeekend vragen om hulp tegen het onbegrepen, wreede leven; het matte teint blank en ontvankelijk als zijn onbewust zieltje; het scherp belijnde, bewegelijke mondje, dat zoo zwak-verdrietig kon glimlachen, maar waaruit ook soms — en dit was haar trots — ongewoon hartstochtelijke, fijn-doordringende woorden klonken , wanneer hij Hetty of Zus gebood

O! ze hield van den jongen, ze hield van hem meer dan van een der anderen.... Was het uit medelijden om al de kwellingen, die hem nog wachtten en die hij — zoo jong nog — al had moeten doorstaan ?... Was het, omdat ze hem al wel driemaal boven hopen en verwachten in het leven als herkregen had; óf omdat ze er nauwer moe samenleefde: alleen met hem in een kleine, gedrukte angst-wereld ? ... Ze wist het niet.

Soms — als toevallig het kind haar mijmeren onderbrak , verlangend naar haar opziend, zwak het hoofdje achterover geknakt: een jong vogelen-kopje met die teere, géiende kleuren — dan kon ze zich niet bedwingen en boog plots haar lang-lenig lichaam voorover met een gedempt gekreun van ingehouden hartstocht...; dan drukte ze het tengere lichaampje heftig tegen zich