is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik kan zelf wel even bij Rijgmans aanloopen, van avond als ik naar kantoor ga."

„Moet je dan alweer naar kantoor van avond ?" — vroeg ze teleurgesteld.

„Ja ..." zei hij bedenkelijk. „Eigelijk wel... er moet gewerkt worden voortaan, anders verloopen de zaken nog meer .... En we kunnen het maar al te goed gebruiken tegenwoordig."

Zij zweeg, keek nadenkend voor zich.

„Ik zie: Joost is nog in de tuin, bij de kinderen" — hernam Leen.

„Ja .... Hij heeft den heelen middag met ze gespeeld", zei ze. „Maar ze moeten nu toch dadelijk binnenkomen om zich op te knappen voor het eten." En ze stond op om Hetty en Zus te gaan roepen.

Even later kwamen ze rumoerig-hijgend nog de kamer binnenstormen, en achter haar in de gang klonk Joost's plaagzieke lach. Een frische sfeer van uitgelaten levenslust voerden zij met zich de kamer binnen, en in harmonie daarmee klonken de opgewekte stemmen.

„Dag Pa! . .. Dag Pa!. . . "

„St.... Niet zoo schreeuwen" — smoorde deze zachtaardig de luidruchtigheid. „Henny is ziek."

„Is Henny ziek?" — vroeg Zus bekommerd, en plots versteld stonden de beide opgewonden gezichten, frisch-rood als doortrokken van de gezonde buitenlucht.

De kinderen gingen weg om zich boven op te knap-