is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat?"

„Dat ik geweest was."

„Nee.... Nelly heeft er me niets van verteld," — zei Leen achteloos. „Kom, laten we een eind oploopen"— vervolgde hij, opstaande— „het is hier niet om uit te houden. Dan kunnen we onderweg nog eens over de zaken praten."

„Dat is goed" — antwoordde Joost lauwtjes.

Even daarna liepen ze langzaam naast elkaar op den eindeloozen, met-knotwilgen-beplanten, landweg buiten het dorp. Leen, bedaard ernstig pratend, liep onverstoorbaar voort, bijna log met regelmatige wijde passen, het hoofd stevig recht op den forschen, korten nek, als tusschen de schouders gestampt, de handen diep in de broekzakken. Joost, schetterig pratend als gewoonlijk, gesticuleerde druk, de club-pet vèr achterover op zijn bewegelijken kop; soms bleef hij plotseling stil-staan onder het heftig betoogen, Leen strak vragend aankijkend, als verstard in een heftige gemoedsbeweging. Maar deze stapte steeds door, en Joost, in het minst niet verstoord, ratelde dan af wat hij te zeggen had, even schutterig-snel-stappend om Leen weer in te halen.

„Heb je al wat gedaan van de week?" — vroeg Leen onverwachts, toen ze al eind op weg waren.

„Hoe zoo?... O, voor de sigaren, bedoel je?" —

„Ja, natuurlijk. Wat anders?"

„Nee ... nee natuurlijk" — antwoordde Joost vluchtig. Hij had bij Leen's vraag op eens aan zijn voorgeno-