Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dreigend aan, maar toch al veel kalmer nu, en het «.lonk, als was het zijn laatste poging — rals dit baantje je niet lukt, dan lukt er je geenéen. Want je bent hiervoor geknipt: je kunt goed praten, do lui houden van je, je hebt rijke vrinden...."

Een langen tijd liepen ze nu zwijgend. Leen bedaarde weer, zijn kwade hartstocht vloeide uit in de wijde polder-rust, die zijn geest scheen in te zuigen. Hij wilde zijn woorden, die blijkbaar indruk gemaakt hadden, laten uitwerken in Joost Hij had nu genoeg gezegd - meende hij. Onwilekeurig liet hij zijn aandacht over de stemmige omgeving weiden.

Sappig-groen strekten zich de weiden naar den horizont, de eentonigheid hier en daar verbroken door een boom, of een hofstee. Soms wringelde een vogel zijn klaar, blij geluid de stille zon-lucht in, die zacht en weelderig-warm rondom stond; zoodat de wereld wel éen groote serre leek, waarin nooit meer een kwaadaardige vlaag waaien zou. En alles in de natuur — vriendelijk-machtig in vreedzame welvaart - scheen van een zachtmoedig vergeven te spreken voor de nietige mis-doeningen in het kleine leven.

Nu en dan kwamen ze een enkelen boer tegen die nauw'-verstaanbaar onder het voorbijgaan z'n goei-morgen" mompelde ... warm soezerig geluid waarin de loome rust van den dag wel scheen doorgedrongen.

Leen voelde zich als in de straat daarstraks, weldadig van de lente vervuld. Maar tot Joost 'drong

Sluiten