is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was een kille dag in het laatst van September. Een zware wolkenlucht, vol regen dreiging, dreef laag snel over van het Noord-west. Zwermen dorre blaren, rood-geel: als hadden ze den zonnegloed nog in zich, dwarrelden uit donkere, suizende boomenkruinen neer, afgerist door de krachtige, onregelmatige vlagen, en bleven langen tijd nog ritsel-kruipen over de licht-grijze straat, als in moeilijken doodstrijd. Zwak, overweldigd bijna door de wolken-somberte, lichtte de dag? soms — wanneer een ontzaglijke, kruit-kleurige wolkenmassa opzette — tot donkerder nog verschietend, als zou het veranderlijke dag-gezicht plotseling in een hevig regen-weenen uit-barsten. Van de stad woeien gerekt-loeiende fluit-tonen over van vertrekkende zeebooten...: diepe, zware geluiden, machtig-klagend, als om het geweldige wanweer, waarin zij zich wagen gingen, alleen, daar vèr op het wijde kwaadwillende water.

Stil was het in de straat voor het huis der Eringaards, geen luidruchtige stemmen meer van spelende kinderen, die niet lang geleden nog den zomerjubel wel te verklanken schenen Met groote tusschenpoozen kwamen eenige menschen voorbij, inééngedoken en haastig stappend in beslist voornemen. En woest gierend ijlden de vlagen langs het huis, schok-rammelend aan de ruiten, als wilden ze vijandig binnendringen. Maar te warm-huiselijker deed daardoor de woonkamer aan nu in haar onverstoorbare veiligheid.