Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja. Hoezoo? —"

„En je hadt er nog maar twee ..

„Nou ja? ..

„Met éen knecht? . . . Kan die dan alles alleen af?" „Als het zoo druk is als nou...?" — klaagde zijn stem. „Makkelijk."

Andermaal was er een stilte, gedrukt door deze droeve bekentenis.

„Maar... ik weet wel waar 't 'm in zit" — mijmerde Leen zwaarmoedig na. Maar 't was of hij zich de woorden onachtzaam had laten ontvallen. Haastig begon hij over wat anders: „Heeft Henny goed ingenomen?" vroeg hij naar het kwijnende ventje kijkend.'

„Ja" — zei Nelly kort, om niet af te dwalen, en met innige belangstelling, medelijden bijna kwam ze dringend op het vorige terug:

„Zeg eens, Leen, waar zit 'm dat dan in?" Hij aarzelde, en keek haar even onderzoekend aan,

als overlegde hij Eindelijk:

„Och ... als wijnkooper moet je veel vrienden hebben, moet je onder de menschen komen, ze veel spreken, en ze af en toe ontvangen .... Vroeger ging dat goed, toen animeerden we dat zelfs. Maar tegenwoordig ... we komen er niet meer toe.... Langzamerhand zijn we uit al onze vrienden geraakt... en ons opzoeken

doen ze niet "

Opzettelijk verzweeg Leen, dat hij Joost als indirecte oorzaak van het verval zijner zaak beschouwde, het

Sluiten