is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezenlooze oogen strak voor zich uit op het tafelkleed zitten staren met haar vingers een figuur na-trekkend, en ook nu bleef ze onveranderd zitten, als werd niet tot haar gesproken.

In denzelfden toon hernam hij:

„Waarachtig — zou jij dat nou niet? — ik kreeg te doen met den kerel Het ie zoo'n beroerd gezicht , een man te zien huilen Zie je, en dat

was toch geen comedie van Joost."

„Nee. Nou, en ... ?" — drong ze kort, snibbig aan.

„Nou ... en... ? — herhaalde hij verwonderd, verlegen door haar onophoudelijk aandringen. En gedrukt vervolgde hij: „Wat moest ik doen? Ik kon 'm toch niet aan zijn lot overlaten. Hij sprak van voorz'n-kop-schieten, dan was het voor-goed uit, en hadt je met geen-mensch meer te maken."

„Joost zich voor den kop schieten?" — riep ze smalend. „Dat durft ie immers töch niet!"

„Enfin Ik zal 't nu nog ééns met 'm probeeren"

— besloot Leen berustend — „lukt dat niet — en dat heb ik 'm ook gezégd — dan heb ik het mijne aan 'm gedaan."

„Dat heb je allang" — zei ze vinnig.

Maar onverstoord legde Leen verder uit: „Hij kan inspecteur worden bij die Assurantie-Maatschappij, waarin ik betrokken ben. Dan verdient-ie zes honderd gulden. Daarvoor heeft-ie zoo goed als niks te doen. En als hij daarbij dan nog wat administratief werk