is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI.

Het was avond. Nelly zat op haar oude plaats: den lagen leun-stoel bij het raam.

Dina, de meid, drentelde door de kamer, om nog een en ander te bezorgen.

„Moet ik van avond nog havermout voor u klaar maken, Mevrouw?" - vroeg ze plotseling zorgzaam, op het punt de kamer uit te gaan.

„Nee Dina, dank je ... Ik kan het toch niet eten." Nelly's stem klonk oneindig-lusteloos en moe, als was haar zelfs het zachte spreken nog te veel. „En Meneer zei ..."

„Nee, héüsch niet, Dina ..."

Er lag een bedekte, maar onverzettelijke onwil in den verveelden zucht, waarmee ze deze laatste woorden uitbracht, en ze gaven duidelijker de beëindiging van het gesprek te kennen, dan het strengst bevel.

Dina gaf dan ook elke verdere poging ter overreding op. Ze wist van Meneer, dat ze Mevrouw maar zooveel mogelijk in alles moest toegeven. Nog even keek ze meelijdend op Nelly neer, en verliet toen de kamer, de deur stil achter zich sluitend.

Nelly slaakte innerlijk een zucht van verlichting. Ze kon nog niets aan haar hoofd velen, alles irriteerde